Opnieuw kermis voor de bouwsector

16 oktober 2017  Geschreven door Vincent Costens
Informeer jouw vrienden of collega's van dit artikel:

Met de gemeenteraadsverkiezingen in zicht, voeren bedrijven in de infrasector de prijzen op. Wat voor een grote chaos zorgt in vele gemeenten met een politieke tint. 

1 grote kermis

Kermisperiode. Zo noemt de bouwsector de tijd vóór de gemeenteraadsverkiezingen, waarbij de lokale besturen nog snel openbare werken beginnen, in de hoop de kiezer te verleiden in het stemhokje.

Maar vooral de wegenbouwers lijken de grote winnaar te zijn: in één klap kunnen ze de mindere jaren aan het begin van de bestuursperiode compenseren, onder meer door de prijzen op te drijven.

‘Al liggen de vette jaren toch in het verleden’, zegt Marc Dillen, directeur van de Vlaamse Confederatie Bouw. ‘In 2011 waren nog 8.100 arbeiders werkzaam in de wegenbouw, dit jaar 6.600. Een serieuze daling. Ook het aantal bedrijven minderde in diezelfde periode, van 419 naar 368.’

Ook cijfers deze week van de VVSG bevestigt de trend van kleinere investeringsbedragen voor de aanleg van nieuwe wegen – ongeveer 3,7 procent per Vlaming minder dan vorig jaar.

Wegenbedrijven drijven prijs op

Toch blijft het een intense, drukke en zware periode voor de sector, aldus Dillen. ‘Want het werk komt allemaal samen, in een stroomversnelling. De wegenbouwers proberen daarop te anticiperen, door op tijd nieuw personeel te zoeken én op te leiden – mensen die zich specialiseren in de nutsleidingen in de grond, mensen die funderingen leren leggen, en anderen die een bovenlaag weten te gieten.

Echter blijft het toch koffiedik kijken voor veel van die bedrijven. Het is niet omdat de concurrentie daalt, dat je als bedrijf automatisch meer opdrachten krijgt en omzet haalt.’

Overuren rechtvaardigen hoge prijzen

Maar eenmaal de werken beginnen, moet het personeel gegarandeerd overuren presteren om tijdig klaar te raken, zegt Dillen. Wat ook verklaart waarom wegenwerken vaker duurder zijn het jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen, zoals blijkt uit een rondvraag van de regionale redacties van Radio 2 vandaag.

Renaat Landuyt (SP.A), de burgemeester van Brugge, ziet ook de economische wet van vraag en aanbod spelen. ‘Sommige bedrijven maken daar inderdaad handig gebruik van, door de prijzen tijdelijk op te drijven. Daarom sloot ik op tijd mijn contracten af, om niet voor verrassingen te komen staan.’

Politiek risico

Maar klopt het cliché dat lokale besturen de werken zo plannen om de bestuursperiode met een zichtbaar resultaat te eindigen?

Volgens politicoloog Herwig Reynaert houden politici de timing strak in het oog. ‘Het is geen toeval dat in Gent het mobiliteitsplan in het midden van de bestuursperiode werd uitgerold, en niet op het einde. Nu klinkt de kritiek al minder luid dan in het begin. Velen vinden de aanpassingen zelfs een verbetering. Dat bepaalt de sfeer van de verkiezingen onvermijdelijk. Mocht het plan nu pas in voege treden, dan denk ik dat schepen Filip Watteeuw minder gerust de verkiezingen zou ingaan.’

Landuyt vindt de heraanleg van ’t Zand, de open ruimte nabij het Concertgebouw, zo’n ‘politiek risico’ dat evengoed nefast kan uitdraaien voor de meerderheid – omdat de werken het verkeer verstoren, en omdat ‘niemand ooit tijdens verbouwingen gelukkig is’.

Niet perse politiek getint

Touring-woordvoerder Danny Smagghe nuanceert echter de idee dat burgemeesters en schepenen bewust laat beginnen met openbare werken. ‘Niet vergeten, er gaat een hele procedure aan vooraf. Gaande van het nemen van de politieke beslissing, tot het uitschrijven van een openbare besteding, tot de praktische voorbereidingen, tot het krijgen van de juiste vergunningen. Dat neemt makkelijk een paar jaar in beslag. Daarom ook dat het allemaal samenkomt.

Het is dan vooral belangrijk dat gemeenten en het gewest duidelijk communiceren naar de burgers, en met elkaar afspreken, om de circulatie van het verkeer niet te vermoeilijken.’

 Bron: (De Standaard, 2017)

Informeer jouw vrienden of collega's van dit artikel:

Reageer op dit artikel