In de bouwsector is het zo dat een arbeider tijdens het grootste deel van het jaar veertig uur per week werkt. Om te voorkomen dat de arbeiders niet langer werken dan de gemiddelde achtendertig uur zoals wettelijk vastgesteld, krijgen bouwvakkers per jaar twaalf bijkomende rustdagen.

Voor deze rustdagen betaalt het FVB hen een forfaitaire vergoeding. Om aanspraak te maken op deze vergoeding dient de bouwvakker wel in dienst te zijn bij een bouwonderneming op de dag waarop een rustdag valt.

Deze twaalf bijkomende rustdagen worden jaarlijks bepaalt door het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf. Men plaatst deze rustdagen ieder jaar in overleg met de bouwsector om economische en sociale redenen grotendeels op het einde van het jaar.

In principe dienen de bouwondernemingen verplicht te sluiten op een rustdag. Enkel in uitzonderlijke gevallen mogen de bouwvakarbeiders toch aan de slag gaan tijdens deze dagen.  Deze rustdagen dienen dan wel op een later tijdstip opgenomen worden.

 De aanbevelingen voor collectieve sluiting wegens jaarlijkse vakantie kunt u hier terugvinden.