Mobiliteitsvergoeding Bouw

In de bouwsector dienen de Bouwvakkers dikwijls vele afstanden af te leggen tussen de diverse bouwwerven waar ze werken. Dit kost hen uiteraard heel wat tijd en dus ook geld.  De Bouwvakkers worden immers pas betaald vanaf het moment dat ze op de bouwwerf aanwezig zijn, de verplaatsingen van en naar het werk wordt niet vergoed als een normale bezoldiging, om hieraan tegemoet te komen is er in de bouwsector een mobiliteitsvergoeding gekoppeld.

Werknemers in de bouwsector hebben hier wettelijk gezien recht op.

Elke werknemer die geplaatst is onder paritair comité 124 valt onder de regeling van de mobiliteitsvergoedingen die werd uitgewerkt in het sectoraal akkoord van de bouwsector.

Een mobiliteitsvergoeding wordt uitgekeerd aan elke werknemer in de bouwsector, die verplaatsingen moet maken van en naar het werk. Het maakt hierbij niets uit hoe deze verplaatsing wordt gemaakt. Zowel werknemers die pendelen met eigen vervoer, of werknemers die pendelen met een bedrijfsvoertuig krijgen een mobiliteitsvergoeding.

Mobiliteitsvergoeding berekenen

De hoogte van de mobiliteitsvergoeding hangt af van het aantal kilometers dat dagelijks wordt afgelegd. Hoe meer kilometers worden afgelegd, hoe hoger de mobiliteitsvergoeding die op het einde van de maand wordt uitgekeerd.

Onderscheid tussen chauffeurs en passagiers:
Ook wordt er een onderscheid gemaakt tussen chauffeurs van het bedrijfsvoertuig, en passagiers. Voor chauffeurs geldt er een hogere vergoeding per afgelegde kilometer, de vergoeding wordt net zoals de vergoeding voor passagiers bepaald op basis van het aantal kilometers die dagelijks worden afgelegd.

Met de trein:
Bouwvakkers die met de trein naar de werkplaats komen, hebben natuurlijk ook recht op een mobiliteitsvergoeding. Treinreizigers krijgen een mobiliteitsvergoeding per kilometer. Deze vergoeding wordt berekend op basis van het aantal kilometers dat vermeld wordt op de treinkaart.